Secundair - na - Secundair

Leefgroepenwerking

 

Leefgroepenwerking: een profiel

 

Leerlingen die Leefgroepenwerkingvolgen kunnen in één schooljaar een kwalificatie behalen om als opvoed(st)er of begeleid(st)er klasse IIA aan de slag te gaan in de sectoren gehandicaptenzorg en bijzondere jeugdzorg.  Zij worden daartoe voorbereid via een diepgaande theoretische opleiding van 5 maanden en een intens begeleide stageperiode van 13 weken.

Wat verwachten we van onze studenten in deze studierichting:

Leerlingen die met vrucht slagen, krijgen het Certificaat van een opleiding Secundair na Secundair - Leefgroepenwerkking TSO en kunnen met dit getuigschrift ook als opvoeder klasse IIA aan het werk.

Deze opleiding richt zich dus in eerste instantie tot gemotiveerde studenten die in één schooljaar een opleiding willen volgen waarmee ze onmiddellijk op de arbeidsmarkt terecht kunnen.  Deze studenten studeren voor 'opvoeder' / begeleider... 
Het werkveld situeert zich in de 'zachte' sector, nl. in het opvoedings- en begeleidingswerk bij kinderen en jongeren in de Bijzondere Jeugdzorg en bij personen met een handicap. De tewerkstellingsmogelijkheden voor onze studenten blijven nog steeds vrij gunstig, mede ook door de kwaliteit van onze opleiding.
Wie na dit zevende jaar graag verder wil studeren, kan een bacheloropleiding orthopedagogiek (opvoeder klasse 1) volgen of hetzelfde resultaat behalen door een combinatie van werken en studeren (VSPW: Vormingsleergang voor sociaal en pedagogisch werk).

 

Leefgroepenwerking:  lessentabel

 

 

Vakken

officieel uurrooster
7de jaar

lesweek met inhaallessen

stageweek

Godsdienst

2

3

Nederlands 

2

3

Lichamelijke opvoeding

1

2

Ortho(ped)agogiek 3 5
Agogische vaardigheden 2 3

Psychologie

2

3

Communicatie

2

3

Wetgeving

1

2

Expressie- en animatietechnieken

2

3
Stages opvoedkunde 13 - 13 weken
Seminarie 2 4

 

32

31

 

De stage wordt georganiseerd als blokstage.  Daarom zijn in de lesweken extra inhaallessen voorzien.

  Toelatingsvoorwaarden: drie mogelijkheden ...  

Deze opleiding kan je volgen als je in het bezit bent van het Diploma Secundair Onderwijs
behaald in één van de volgende overeenstemmende studierichtingen
Humane wetenschappen ASO
Jeugd- en gehandicaptenzorg TSO
Gezondheids- en welzijnswetenschappen TSO
Sociale en technische wetenschappen TSO

of als je het diploma Secundair Onderwijs behaald hebt in
het zevende jaar Kinderzorg BSO
het zevende jaar Thuis- en bejaardenzorg BSO
het zevende jaar Organisatie-assistentie BSO

Heb je het Diploma Secundair Onderwijs behaald in het ASO of in een ander studiegebied van het TSO/BSO
dan kan je toegelaten worden mits een gunstig advies van de toelatingsklassenraad. Voor leerlingen die minimum één jaar hoger onderwijs gevolgd hebben in de pedagogische, agogische of paramedische sector (al dan niet met succes) formuleert de klassenraad in de regel automatisch een gunstig advies. Andere inschrijvingen worden aan de toelatingsklassenraad voorgelegd en vragen een gunstige gemotiveerde beslissing.

Leerlingen kunnen op basis van elders verworven competenties (EVC) of kwalificaties (EVK) zonder toelatingsproef een Se-n-Se-opleiding starten of ze kunnen er vrijstelling van programmaonderdelen door bekomen.

 

  Stage en later werken in ...  

De stage wordt georganiseerd als blokstage. In het zevende jaar heb je twee stageperiodes.  Tijdens de eerste periode ga je 5 weken op stage voor de Kerstvakantie.
De tweede periode van 8 weken situeert zich na de Paasvakantie.  Tijdens deze stages opteren wij voor één stageplaats.
De resterende twee weken behouden wij voor seminaries (bvb. bezoeken aan de brede welzijnssector, studiebezoeken, gastsprekers...).  Tijdens de blokstage heb je geen les - daarom zijn in de lesweken extra inhaallessen voorzien.

 stages bij mensen met een handicap
Medisch Pedagogisch Instituut
Gezinsvervangend tehuis (GVT)
Bezigheidstehuis (BTH)
Nursinghome (NH)
 stages in de bijzondere jeugdzorg
begeleidingstehuis
gezinstehuis
OOOC (Onthaal, Observatie- en Oriëntatiecentrum)
Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG)
...

De opleiding bereidt voor op tewerkstelling in de gehandicaptenzorg en de bijzondere jeugdzorg.  De tewerkstellingsmogelijkheden van onze afgestudeerde opvoed(st)ers en hun slaagkansen in het hoger onderwijs  zijn erg gunstig.  De meeste afgestudeerden die in de sector werk gezocht hebben, oefenen op dit ogenblik ook hun beroep uit en zijn erg enthousiast.  We vinden onze oudleerlingen terug in een ruime waaier aan voorzieningen voor kinderen, jongeren, volwassenen en bejaarden met een handicap of in een problematische opvoedingssituatie (medisch-pedagogische instituten, gezinsvervangende tehuizen, dagcentra, bezigheidshomes e.d.). Naast deze sectoren kunnen afgestudeerden ook terecht op andere werkvelden zoals internaten, geriatrische voorzieningen of bepaalde vormen van psychiatrische begeleiding.

  Toelichting bij de vakken ...  

In de algemene vakken Godsdienst, Nederlands en Lichamelijke opvoeding streven we naar maximale praktijkrelevantie. De vakinhoud wordt zo uitgewerkt dat de verworven kennis en aangeleerde vaardigheden bruikbaar zijn in het beroep van opvoeder/begeleider.

In Godsdienst komen diverse thema’s aan bod : ‘leven met een handicap’, godsdienstbeleving bij personen met een verstandelijke handicap, ethische vragen met betrekking tot gehandicaptenzorg (genetica, kinderwens, seksualiteit).

Het vak Nederlands belicht: opstellen van rapporten en verslagen, notities maken, debatteren, argumenteren, vertellen en voorlezen, eenvoudig acteren, telefoneren, sociale conversaties voeren, solliciteren, kinder- en jeugdliteratuur. Vanzelfsprekend is vlot schrijven en spellen van essentieel belang.

In het kader van Lichamelijke Opvoeding maken studenten kennis met aangepaste sporten, dans en recreatieve spelen. Tijdens de lessen krijgen de studenten instructies om het voorbereidend reddersbrevet te halen. Op het eind van het zevende jaar moeten ze de proef, die ze zelfstandig moeten voorbereiden, met succes afleggen.

Het vak Ortho(ped)agogiek handelt over ‘speciale opvoeding en begeleiding’. We verkennen bijzondere opvoedings- en begeleidingsvragen van personen met een handicap of van kinderen en jongeren met gedrags- en emotionele problemen. Op deze opvoedingsvragen zoeken we gepaste antwoorden. M.a.w. we werken rond pedagogische principes die ons zullen leiden in het concrete leefgroepwerk. De inhoud van de cursus is opgebouwd rond de vraag hoe we zoveel mogelijk kwaliteit in het begeleidingswerk kunnen brengen in de leefgroep. We bespreken het typische van het functioneren van verschillende groepen van de ortho(ped)agogische deelgroepen : personen met een verstandelijke handicap, een fysische handicap, een zintuiglijke handicap, autisme, een meervoudige handicap, ADHD, kinderen en jongeren met gedrags-en emotionele problemen. In de lessen leggen we veel nadruk op professionele visie- en attitudeontwikkeling, zodat de student in de praktijk nieuwe leefgroepsituaties kan begeleiden.

We besteden veel tijd aan de doelgroep die het meest in leefgroepen woont, nl. de groep personen met o.a. een verstandelijke handicap. Zeker na de eerste stageperiode werken we met de stageërvaringen van studenten.

In het vak Agogische vaardigheden in het opvoedingswerk zijn twee modules.
Een eerste gaat over het werken met groepen. Welke processen spelen zich af in groepen. Het gaat over leiderschap, groepsdoelen en -normen, groepscohesie, groepsdruk. De studenten leren groepen (bvb. een leefgroep, een team) kritisch te bekijken en leren technieken om groepsprocessen te helpen beïnvloeden.
Deelthema's zijn: leefgroeporganisatie, (warme) structuur bieden, leefgroepsamenstelling, allerlei pedagogische vaardigheden, teamwerking, kennis van eigen jobprofiel en het terrein van andere disciplines, teamontwikkeling, vergaderingen en conflicthantering.
Een tweede module gaat over 'informatie-verzamelen'. Dit gaat vooral over 'observeren en rapporteren', twee essentiële vaardigheden voor opvoeder.

In het vak Communicatie  bespreken en trainen we allerlei sociale vaardigheden en communicatieve vaardigheden. Concreet hebben we het over : gesprekken met de groep, individuele gesprekken, luisteren, overlegstrategieën, feed-back e.d.

In Psychologie diepen we aspecten en specifieke problemen van de ontwikkelingspsychologie verder uit en staan we stil bij sociaal psychologische groepsprocessen. Verder belichten we diverse therapeutische invalshoeken en persoonlijkheidspsychologie.

Het vak Wetgeving heeft als onderwerp de organisatie en de juridische omkadering van de ondersteuning voor mensen met een handicap, de Bijzondere Jeugdzorg, de geestelijke gezondheidszorg en het algemeen welzijnswerk.

In Expressie- en animatietechnieken leren de studenten activiteiten organiseren voor de doelgroep van het leefgroepenwerk. We onderzoeken de (on)mogelijkheden van diverse expressievormen en werken ook rond de methodische uitwerking van spel-, ontspannings en werkgerichte activiteiten. Binnen het vak lichamelijke opvoeding wordt ook ingegaan op mogelijkheden van sport voor personen met een beperking. Een aantal geschikte sporten wordt ervaringsgericht bijgebracht.

Tijdens het vak Seminarie bezoeken we enkele voorzieningen en centra die werken met mensen met een handicap en in de Bijzondere Jeugdzorg. In seminarie laten we ook praktijkmensen aan het woord over specifieke aspecten van hun werk. Naast de stagevoorbereiding, voorzien we tijd voor groeps- en zelfstandig werk rond ortho-agogische deelthema’s. Begeleidingsmomenten voor de geïntegreerde proef kaderen eveneens in dit vak.

Tijdens de Stage krijgt de studenten de kans om de praktijk ten volle te ontmoeten. Zij krijgen zicht op en doen ervaring op met het echte werk van de opvoeder/begeleider. De student bouwt relatie op met de personen van de leefgroep, draait als begeleider na verloop van tijd volwaardig mee met het team... en dat alles binnen een specifieke voorziening.
Het concrete begeleidingswerk in de leefgroep wordt zo reëel en de student kan zijn inzichten en vaardigheden verdiepen en stapsgewijs groeien naar zelfstandig werken. Via een intensieve stagebegeleiding proberen we een maximaal leerrendement te behalen.

In de loop van het schooljaar moet de student eveneens een geïntegreerde proef uitwerken. In dit jaarwerk moet hij de brug slaan van theorie naar praktijk en omgekeerd. Dit eindwerk wordt voorgesteld aan een jury die bestaat uit leerkrachten en externe juryleden die door de school gekozen worden omwille van hun deskundigheid en betrokkenheid. De intrinsieke kwaliteiten van de opvoeder, zijn bewust handelen, het verwoorden van het eigen functioneren en het functioneren als teamlid zijn elementen van dit gesprek.
Het slagen voor de stage is een absolute voorwaarde voor het behalen van het getuigschrift van opvoed(st)er klasse IIA.


Het leerplan van Leefgroepenwerking kan je vinden op de website van het VVKSO (met bijzondere dank): http://ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc/Leefgroepenwerking-1995-013.pdf

terug naar derde graad - overzicht