Derde leerjaar - derde graad TSO
Animatie in de ouderenzorg NIEUW
|
Animatie in de ouderenzorg: een profiel |
Vanaf 1 september 2007 richt
onze school een nieuwe studierichting op. Studenten die het zevende jaar
Animatie in de ouderenzorg volgen kunnen in één schooljaar een kwalificatie behalen om als
animator aan de slag te gaan in semi-residentiële en residentiële
voorzieningen voor ouderenzorg. Zij worden daartoe voorbereid via een diepgaande
theoretische - competentiegerichte - opleiding van 5 maanden en een intens begeleide stageperiode van 14
weken.
Wat verwachten we van onze studenten in deze studierichting:
sterke interesse en engagement voor mensen
zich intens inleven in de wereld van ouderen
voldoende sociale vaardigheden en graag met anderen (in een interdisciplinair team) samenwerken
flexibiliteit en planmatig kunnen werken
het opnemen van een voortrekkersfunctie op het vlak van animatie en de animatieve grondhouding
aandacht hebben voor het welbevinden van iedere oudere in het dagelijks gebeuren
openheid en aandacht voor professionele zelfontplooiing
een aangepaste communicatiestijl ontwikkelen
aandacht voor kwaliteitszorg
Studenten die met vrucht slagen, krijgen het certificaat Animatie in de ouderenzorg - Secundair-na-Secundair
Deze opleiding richt zich dus in eerste instantie tot gemotiveerde studenten die in één schooljaar een opleiding willen volgen waarmee ze onmiddellijk op de arbeidsmarkt terecht kunnen. Het organiseren en coördineren van individuele en groepsgerichte activiteiten voor en samen met ouderen is de kerntaak van de animator. Die zorgt ervoor dat deze activiteiten dicht aansluiten bij de dagdagelijkse activiteiten van de oudere en werkt hierbij intens samen met het hele zorgteam en de vele vrijwilligers die op het terrein actief zijn.
|
|
Animatie in de ouderenzorg: (ontwerp) |
|
Vooraf: als we van 'competenties' spreken, hebben we het over een combinatie van vaardigheden, kennisinhouden, attitudes en persoonskenmerken.
Centraal in de
opleiding staat de vraag: welke competenties moeten de studenten in de loop van
dit schooljaar verwerven?
Dit dynamisch denken vanuit competenties biedt deze studenten mogelijkheden tot
groei en nieuwe mogelijkheden om:
als animator in de ouderenzorg in een interdiscplinair team functioneren
met alle actoren samenwerken om het welbevinden van ouderen te bevorderen
zowel individuele als groepsgebonden animatie organiseren, coördineren en aanbieden. Dit zowel op vraag van de oudere(n) zelf als op vraag van hun sociaal netwerk (familie, vrienden, omgeving).
|
Module |
officieel
uurrooster |
lesweek met inhaaluren |
stage |
|
Ethiek en religieuze beleving |
2 |
3 | |
|
Taalkundig - communicatieve vorming |
2 |
4 | |
|
Expressie- en animatie |
4 |
8 | |
| Agogische vaardigheden en regelgeving | 4 | 8 | |
| Zorg voor ... | 1 | 2 | |
| Informatica | 1 | 2 | |
| Seminarie | 2 | 3 | |
| Geschiedenis van de 20e eeuw | 1 | 2 | |
| Stages opvoedkunde | 14 | - | 14 weken |
|
|
31 |
31 |
|
De stage wordt georganiseerd als
blokstage. Daarom zijn in de lesweken extra inhaallessen voorzien.
De blokstage van 14 weken heeft een belangrijke meerwaarde.
Gedurende 14 weken worden drie belangrijke competenties concreet gerealiseerd.
| Toelatingsvoorwaarden ... |
Deze opleiding kan je vanzelfsprekend volgen als je in het bezit bent van het Diploma Secundair Onderwijs, uitgereikt in een studierichting van hetzelfde studiegebied |
|
| Gezondheids- en welzijnswetenschappen TSO | |
| Jeugd- en gehandicaptenzorg TSO | |
| Sociale en technische wetenschappen TSO | |
| ... als je het Diploma Secundair Onderwijs behaald hebt in een ASO-studierichting | |
...of als je het diploma Secundair Onderwijs behaald hebt in het zevende jaar BSO |
|
| Kinderzorg BSO | |
| Thuis- en bejaardenzorg BSO | |
| Organisatie-assistentie BSO | |
| Worden
toegelaten na een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad: alle leerlingen die hun Diploma Secundair Onderwijs behaalden in een KSO-studierichting of een andere TSO-studierichting dan hierboven vermeld Leerlingen kunnen op basis van elders verworven competenties (EVC) of kwalificaties (EVK) zonder toelatingsproef een Se-n-Se starten of ze kunnen vrijstelling van programmaonderdelen bekomen. |
|
Omwille van de brede instroommogelijkheden organiseert onze school bij het begin van het schooljaar een individueel instapgesprek om de persoonlijke beginsituatie van de student uit te klaren. Vanuit deze intake worden er verdere afspraken, werkpunten en trajecten uitgeschreven. |
|
| Stage en later werken in ... |
Afgestudeerden uit Thuis- en
bejaardenzorg vinden in deze studierichting een aansluiting omwille van hun
reeds opgedane kennis en stage-ervaringen binnen de ouderenzorg. Met de
combinatie van beide diploma's verstevigen zij hun positie op de arbeidsmarkt.
De opleiding biedt afgestudeerden uit Jeugd- en gehandicaptenzorg, Gezondheids-
en welzijnswetenschappen, Sociale en technische wetenschappen, Kinderzorg en
Organisatie-assistentie een zinvolle kans om een (bijkomend) getuigschrift te
halen waardoor ze op de arbeidsmarkt terecht kunnen.
Voor andere studenten kan dit zevende jaar nieuwe mogelijkheden tot studeren en
tewerkstelling bieden.
De studierichting is een intensieve, éénjarige opleiding die voortdurend op de
realiteit van het werkveld inspeelt en erop voorbereidt.
De stage speelt daarbij een erg belangrijke rol.
De stage wordt georganiseerd
als blokstage. In het zevende jaar heb je twee
stageperiodes. Tijdens de eerste periode ga je 5 weken op stage voor de
Kerstvakantie.
De tweede periode van 9 weken situeert zich na de Paasvakantie. Tijdens deze stages opteren wij
in de regel voor één stageplaats.
De resterende twee weken behouden wij voor seminaries (bvb. bezoeken aan de
brede welzijnssector, studiebezoeken, gastsprekers...). Tijdens de
blokstage heb je geen les - daarom zijn in de lesweken extra inhaallessen
voorzien.
| Stages bij oudere(n): in rust- verzorgingstehuizen, woonzorgcentra, zorghotels, voorzieningen ... | |
| in openbare diensten | |
| in privé-instellingen | |
| ... | |
De opleiding bereidt dus voor op
tewerkstelling bij ouderen.
Deze tewerkstelling is ook wettelijk geregeld:
sinds 2004 wordt 1 deeltijdse animator voorzien per 30 bewoners.
| Toelichting bij dit competentieontwikkelend leren ... |
In de opleiding streven we naar maximale praktijkrelevantie. De
inhoud wordt zo uitgewerkt dat de verworven kennis en aangeleerde
vaardigheden bruikbaar zijn in het beroep van animator. We spreken hierbij van
'integraal leren'.
De studierichting wil aansluiten bij een christelijk mens- en wereldbeeld.
Het religieuze welbevinden van ouderen neemt een belangrijke plaats in in het
leven van ouderen en hun sociaal netwerk. De studenten dienen dus
stil te staan bij en te reflecteren over religie en belevingsvormen.
In Ethiek en religieuze beleving komen diverse thema’s aan
bod: deontologisch en ethisch denken/handelen, aandacht voor
liturgie, palliatieve zorgen, rouwverwerking, lijden en dood, vreugdemomenten in de
jaarkalender van de oudere en zijn/haar voorziening.
Taalkundig -
communicatieve vorming
belicht: het opstellen van rapporten, registratie van activiteiten, notities maken,
communicatieve vaardigheden en soorten gespreksvoering, observatie en
rapportering, vergaderingen leiden, redactie van een krantje, ... De
animator is binnen het zorgteam de sturende factor rond de 'animatieve
grondhouding'.
In Expressie en animatie leren de studenten activiteiten organiseren voor
ouderen, activiteiten waar de verbondenheid tussen bewoners, medewerkers,
familie en buitenwereld centraal staan. We onderzoeken de mogelijkheden van
diverse expressievormen en werken ook rond de methodische uitwerking van spel-,
ontspannings en werkgerichte activiteiten. Vanuit expressie en animatie
wordt de woonomgeving van de oudere dag na dag bezield en krijgt zingeving en
ontspanning concreet gestalte.
Omgaan met
ouderen vanuit agogische vaardigheden wil de visie op zorg voor ouderen en animatie verduidelijken. We verkennen bijzondere
begeleidingsvragen van oudere(n): oorzaken en gevolg van opname voor ouderen,
het sociaal netwerk van ouderen, het opbouwen van een vertrouwensrelatie, het
omgaan met de noden van bepaalde doelgroepen of ouderen met aandoeningen
(ouderen met beperkte of geen verbale mogelijkheden, met dementie in
welbepaalde stadia, terminaal zieke ouderen), Op deze vragen zoeken we gepaste antwoorden.
De
inhoud van de cursus is opgebouwd rond de vraag hoe we zoveel mogelijk de kwaliteit van het dagelijkse leven kunnen optimaliseren.
In de lessen leggen
we veel nadruk op professionele visie- en attitudeontwikkeling, zodat de
student in de praktijk nieuwe situaties kan begeleiden.
Zeker na de eerste stageperiode werken we met de
stageërvaringen van studenten.
Regelgeving heeft als onderwerp de organisatie en de juridische omkadering van de
zorg voor ouderen, de structuur van de ouderenzorg, de geestelijke
gezondheidszorg en het algemeen welzijnswerk. Verder bestudeert dit vak de
erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden voor de animator. We gaan dieper in
op de formele inspraakmogelijkheden voor alle actoren en de klachtenprocedure.
Zorg voor ouderen
vertrekt vanuit verschillende soorten van 'zorg', zoals zelfzorg,
mantelzorg en professionele zorg. Verder besteden we aandacht aan
Tijdens de component Seminarie
bezoeken we enkele voorzieningen en centra die gericht zijn op
ouderen. In seminarie laten we ook
praktijkmensen aan het woord over specifieke aspecten van hun werk. Naast de
stagevoorbereiding, voorzien we tijd voor groeps- en zelfstandig werk rond
specifieke deelthema’s. Begeleidingsmomenten voor de geïntegreerde
proef kaderen eveneens in dit vak.
Het vakgebied Informatica
besteedt aandacht aan ICT-vaardigheden, het werken met
office-pakketten en grafische toepassingen.
Tijdens de Stage
krijgen de studenten de kans om de praktijk ten volle te ontmoeten en te
ervaren. Zij krijgen
zicht op het echte werk van de animator. De
student bouwt professionele relaties op met de bewoners en draait als animator na verloop van tijd volwaardig mee met het
team. De student moet hierbij het eigen functioneren als animator in praktijksituaties in
vraag stellen en mogelijkheden tot professionele zelfontplooiing omschrijven.
De opleiding krijgt door deze stage inhoud en draagkracht. Tijdens de stage
kan de student zijn inzichten en vaardigheden verdiepen om zo stapsgewijs te groeien naar
zelfstandig werken. Via een intensieve stagebegeleiding proberen we een
maximaal leerrendement te behalen.
In de loop van het schooljaar moet de student eveneens een geïntegreerde proef uitwerken. In dit jaarwerk moet hij de brug slaan van theorie naar praktijk en omgekeerd.